info@nvcr.nl
  • Lid worden
  • Inloggen
  • Over ons
    • Bestuur
    • Sponsoren
  • Nieuws
  • Symposia
  • Forum
  • Contact
  • Leden portaal

Wijzigingen- en aandachtspunten richtlijnen Nederlandse Reanimatie Raad (NRR)

Posted on Vandaag om 18:07

In dit document worden de wijzigingen- en aandachtspunten in de nieuwe richtlijnen aangegeven. In oktober heeft de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR) nieuwe reanimatierichtlijnen bekend gemaakt: Richtlijnen Reanimatie in Nederland 2025 – Nederlandse Reanimatie Raad. De Nederlandse richtlijnen verwijzen soms naar de richtlijnen van de European Resuscitation Council (ERC), deze richtlijnen vind je hier: Guidelines 2025 – English

Basic Life Support

Het algoritme is niet gewijzigd ten opzichte van de vorige reanimatierichtlijnen.

Veranderingen in de richtlijnen van de basale reanimatie van volwassenen zijn:

  • Snellere overname van de AED naar de manuele defibrillator. De richtlijn “overname AED” adviseert om bij aankomst van het ALS-team direct over te schakelen naar de manuele defibrillator, tenzij de AED op dat moment een ritmeanalyse uitvoert.
  • Directe beschikbaarheid van de AED is veranderd naar “binnen één minuut beschikbaar”.
  • Aandacht voor de 2-persoonstechniek bij masker ballon beademing. Gebruik deze techniek in de initiële fase van de reanimatie indien hierin bekwaam.

Masker ballon beademing wordt toegepast door het reanimatieteam welke ALS geschoold zijn. In de BLS kan deze techniek in het onderwijs opgenomen worden ter kennisgeving. Zodat de BLS opgeleide collega’s bekend zijn met deze techniek. Er wordt dan tijdens het uitvoeren van borstcompressies gevraagd om met één hand in de ballon te knijpen en met één hand op de borstkas te controleren of deze omhoog komt.

  • Geen zijligging meer toepassen, maar rugligging met hoofdkantel-kinliftmethode bij bewusteloosheid waarbij duidelijk een normale ademhaling aanwezig is. Bij neiging tot braken snel op de zij draaien.
  • Verplaatsen naar een harde ondergrond heeft geen prioriteit.
  • Meer nadruk in het kort onderbreken van de borstcompressies. Het minimaliseren van onderbrekingen kan door:
  • de twee beademingen snel te geven, waarbij gestreefd wordt om de borstcompressies maximaal vijf seconden te onderbreken;
  • met borstcompressies door te gaan tijdens het bevestigen van de AED-elektroden;
  • direct na een schok of ritmeanalyse van de AED (opnieuw) te starten met borstcompressies

Speciale aandacht voor de positie van de defibrillatie elektroden

Plaats één elektrode rechts parasternaal subclaviculair en de andere electrode links midaxillair onder de oksel.

Paediatric Basic Life Support

 Het algoritme is niet gewijzigd ten opzichte van de vorige richtlijnen.

Vroegtijdige herkenning en alarmering is levensreddend. De 5 initiële beademingen voorafgaande aan hoogwaardige, minimaal onderbroken borstcompressie afgewisseld met 2 beademingen en het aansluiten van een AED blijven hoekstenen van de PBLS.

Veranderingen in de richtlijnen van de basale reanimatie van kinderen zijn:

  • Direct alarmeren bij vaststellen bewusteloosheid, ook als je alleen bent. Dit is gelijk getrokken met de BLS.
  • Twee-duimen-omcirkeltechniek (TDOT) wordt toegepast bij verslikking én bij reanimatie van een kind jonger dan één jaar.
  • Streven naar maximaal vijf seconden onderbreking van de borstcompressies.
  • Universele AED-elektroden voor alle leeftijden, zodat tijdens de reanimatie geen tijd verloren gaat met verwisseling van elektroden.
  • Plaatsbepaling van de elektroden is aangepast: Bij kinderen die gemakkelijk op de zij gedraaid kunnen worden(leeftijd tot ongeveer acht jaar of gewicht tot ongeveer vijfentwintig kilogram): voor-achterwaarts.
  • Geen zijligging meer toepassen bij bewusteloosheid waarbij duidelijk een normale ademhaling aanwezig is, maar rugligging met hoofdkantel-kinliftmethode. Bij neiging op braken snel op de zij draaien.
  • Aandacht voor jawthrust wanneer hoofdkantel-kinlift onvoldoende is.
  • Aandacht voor het gebruik van masker en ballonbeademing (met zuurstof) in de initiële fase van de reanimatie, indien je als zorgprofessional hierin bent getraind.

Aandacht voor de 2-persoonstechniek bij masker ballon beademing. Gebruik deze techniek in de initiele fase van de reanimatie indien hierin bekwaam.

In de PBLS kan deze techniek in het onderwijs opgenomen worden ter kennisgeving voor wie niet bekwaam is. Zodat de PBLS opgeleide collega’s bekend zijn met deze techniek. Er wordt dan tijdens het uitvoeren van borstcompressies gevraagd om met één hand in de ballon te knijpen en met één hand op de borstkas te controleren of deze omhoog komt.

Advanced Life Support (ALS)

Het algoritme is niet gewijzigd ten opzichte van de vorige reanimatierichtlijnen. Hoogwaardige, minimaal onderbroken borstcompressies, snelle defibrillatie en effectieve beademing blijven de hoekstenen van ALS.

Veranderingen / aandachtspunten in de richtlijnen specialistische reanimatie bij volwassenen:

  • Snellere overname van de AED naar de manuele defibrillator. De richtlijn “overname AED” adviseert om bij aankomst van het ALS-team direct over te schakelen naar de manuele defibrillator, tenzij de AED op dat moment een ritmeanalyse uitvoert.
  • Intraveneuze toegang is de eerste keuze voor toedieningsroute van medicatie. Als het inbrengen van een intraveneuze toegang na 2 pogingen niet lukt, moet worden overgegaan tot een poging voor intraossale toegang.
  • Onder de 30 graden, geef 1 gift adrenaline van 1 milligram.
  • Zoek en behandel reversibele oorzaken vroegtijdig door gerichte diagnostiek en interventies. Bij specifieke omstandigheden kan hiervoor aanpassing van het ALS-algoritme nodig zijn.
  • Bij een gemonitorde acute systolische bloeddruk onder de 50 mmHg ondanks interventies, wordt geadviseerd te starten met borstcompressies. Geef adrenaline in gereduceerde dosis (0,05 – 0,1 mg). Indien nodig herhalen tot een cumulatieve dosis van 1 mg, wanneer nog steeds niet effectief dan bolus van 1mg conform standaard ALS protocol.
  • Bij bradyaritmie kan snel worden overgegaan op transcutane/veneuze pacing.
  • Dosering alteplase bij longembolie is 50 milligram bolus, indien onvoldoende effect overweeg om na een kwartier te herhalen.
  • Indien de patiënt tijdens adequate reanimatie tekenen van bewustzijn vertoont maar bij het staken van borstcompressies geen ROSC heeft, wordt de reanimatie gecontinueerd en dient sedatie en/of analgesie overwogen te worden.
  • Bij ROSC streef naar MAP >60 mmHg.
  • Voer als eerste stap een CT-scan van het hele lichaam uit (inclusief CT-pulmonalis angiografie) indien er vóór de circulatiestilstand tekenen of symptomen zijn die wijzen op een niet-coronaire oorzaak (bv. hoofdpijn, toevallen of neurologische uitval, kortademigheid of gedocumenteerde hypoxemie bij patiënten met een bekende luchtwegaandoening, buikpijn).
  • Bij masker-ballonbeademing is de 2-persoonstechniek een goede methode (kijk ook eens Kapbeademing met 2 handen techniek – YouTube). Dit verzekert de beste afdichting van het masker met de minste kans op luchtlekkage. Synchronisatie met de borstcompressies in een 30:2 verhouding is hiermee gegarandeerd.
  • Revalidatie na ontslag: Passende nazorg voor alle overlevenden is na ontslag uit het ziekenhuis absoluut noodzakelijk. De nazorg na reanimatie moet systematisch worden georganiseerd en kan worden uitgevoerd door artsen en gespecialiseerde verpleegkundigen. De reanimatiecommissie is zich hiervan bewust en gaan met desbetreffende ketenpartners in gesprek.
  • Correcte positie van de defibrillatorelektroden is cruciaal voor effectieve defibrillatie.
  • Vector verandering na vier opeenvolgende schokken. Overweeg elektrode anterior-posterior aan te brengen te combineren met het aanbrengen van de LUCAS.

Kinder Advanced Life Support (KALS)

Het algoritme is niet veranderd ten opzichte van de vorige richtlijnen.

Vroegtijdige herkenning en systematische behandeling van het vitaal bedreigde kind, behandeling van hypoxie door beademingen en hoogwaardige, minimaal onderbroken borstcompressies en snelle herkenning en behandeling van de oorzaak blijven hoekstenen van de KALS.

Veranderingen / aandachtspunten in de richtlijnen specialistische reanimatie bij kinderen:

  • Een bradycardie (<60) mét tekenen van een slechte circulatie ondanks adequate ademhalingsondersteuning wordt beschouwd als een circulatiestilstand, zelfs als er nog pulsaties palpabel zijn.
  • De plaatsbepalingvan de defibrillatorelektroden is aangepast: in de anteroposterieure positie bij zuigelingen en kinderen die gemakkelijk op de zij gedraaid kunnen worden (ongeveer tot 8 jaar en 25 kg). Gebruik de anterolaterale positie bij grotere kinderen en adolescenten.
  • Overweeg een hogere energiedosis (tot 8 J/kg, max. 360 J) indien een schokbaar ritme na de vierde schok persisteert.
  • Overweeg een vectorverandering na de vierde shock.
  • Hypoglykemie behandelen met 0,2 g/kg glucose(bv. 2 ml/kg glucose 10%).
  • Bij hyperkaliëmie: geef IV insuline met glucose en IV salbutamol. Geen calcium of natriumbicarbonaat meer.
  • Bij een kerntemperatuur lager dan 30 °C: geef één gift adrenaline, tenzijhet kind direct op extracorporale life-support zal worden aangesloten. Geef in dat geval geen adrenaline.
  • Na ROSC de MAP en systolische bloeddruk boven het 10e percentiel voor de leeftijd.
  • Bij masker-ballonbeademing is de 2-persoonstechniek een goede methode. Dit verzekert de beste afdichting van het masker met de minste kans op luchtlekkage. Synchronisatie met de borstcompressies in een 15:2 verhouding is hiermee gegarandeerd.

Reanimatie en ondersteuning van de transitie van de pasgeborene

Newborn Life Support (NLS)

Het algoritme is iets aangepast t.o.v. de vorige richtlijnen naar aanleiding van de volgende veranderingen / aandachtspunten:

  • Er zijn aanbevelingen t.a.v. wanneer NLS en wanneer PLS.
  • Beoordeling van kleur wordt niet meer standaard aanbevolen, aangezien dit als subjectief en onbetrouwbaar gezien wordt bij oa de beoordeling van oxygenatie.
  • Aanbeveling voor de twee-personen techniek bij masker en ballonbeademing.
  • Larynxmasker is een goed alternatief voor ballonbeademingen of intubatie.
  • Intubatie wordt aanbevolen uit te voeren met behulp van videolarynchoscoop.
  • De streefbereikvoor de zuurstofsaturatie in de eerste minuten na de geboorte zijn aangepast.
  • Start met continuous positive airway pressure (CPAP) of positive end expiratory pressure (PEEP) op 6 cm H2O.
  • De initiële zuurstofconcentratie is aangescherpt en wordt nu bij:
    • Pasgeborenen ≥ 32 weken: 21% O2
    • Pasgeborenen 28-32 weken: 50% O2
    • Pasgeborenen < 28 weken: 100% Maximum op Maximum op O2
  • De frequentie van vervolgbeademingen wordt 30/min.
  • Aanpassing is afspraak omtrent toedienen van glucose: alleen bij gemeten verlaagde bloedglucosewaarde (< 2.6 mmol/l). Geef dan glucose 10% 2 ml/kg iv/i.o.
Vorig bericht
Ten steps towards improving IHCA quality of Care and Outcomes – resuscitation 193 (2023)
Volgend bericht
Jaarvergadering / Symposium – 24-11-2026

Recente berichten

  • Jaarvergadering / Symposium – 24-11-2026 30 maart 2026
  • Wijzigingen- en aandachtspunten richtlijnen Nederlandse Reanimatie Raad (NRR) 30 maart 2026
  • Ten steps towards improving IHCA quality of Care and Outcomes – resuscitation 193 (2023) 30 maart 2026
  • Jaarvergadering / Symposium – 13-11-2025 29 september 2025
  • ERC / NRR Congres – 23 t/m 25 oktober in Rotterdam 26 september 2025

NVCR

De NVCR ondersteunt, verbindt en versterkt reanimatiecoördinatoren in Nederland. Samen werken we aan beter beleid, professioneel onderwijs en hogere kwaliteit van reanimatiezorg binnen zorginstellingen.

KVK: 34284890

Recente berichten

Jaarvergadering / Symposium – 24-11-2026
2 uur geleden
Ten steps towards improving IHCA quality of Care and Outcomes – resuscitation 193 (2023)
Vandaag om 16:54
Jaarvergadering / Symposium – 13-11-2025
29 september 2025
ERC / NRR Congres – 23 t/m 25 oktober in Rotterdam
26 september 2025
NRR Congres – 25 oktober in Rotterdam
25 september 2025

Contact

info@nvcr.nl
Drenthehaven 1, 3433 PB Nieuwegein
LEDEN PORTAAL

© NVCR

  • Algemene voorwaarden
  • Privacybeleid